Schisis

Voeding bij kind met schisis

De voeding bij een baby die geboren wordt met een lip-, kaak- en of gehemelteschisis

De geboorte van een baby met schisis roept zowel bij ouders en verpleegkundigen vaak vragen op over de manier waarop het kind het beste gevoed kan worden. Op grond van de jarenlange ervaring met schisisbabies die aangemeld werden bij het Schisisteam Maastricht,  worden ouders zo goed als mogelijk hierin begeleid. Deze informatie is vooral bedoeld om u of verpleegkundigen te informeren over de specifieke voedingsaspecten die het gevolg zijn van schisis. Onze experts van de afdeling logopedie geeft u graag verder uitleg en assistentie gedurede deze opstart periode. Eerst zal het drinkpatroon bij een kind dat geboren wordt zonder schisis beschreven worden waarna de verschillende drinkpatronen bij schisis aan bod komen.

 

Het drinkpatroon van kinderen zonder schisis 

Een pasgeboren baby zonder schisis drinkt met behulp van de zuig-/slikreflex uit de borst en/of aan de fles. Een zuigbeweging bestaat uit twee fasen, nl. de expressiefase (waarbij melk uit de speen wordt geduwd) en de suctiefase (waarbij melk als het ware uit de speen wordt getrokken). De combinatie van deze twee fasen maakt dat het kind krachtig genoeg kan zuigen om de benodigde hoeveelheid melk, ook als deze toeneemt naarmate het kind ouder wordt, zonder problemen te kunnen drinken.

Om krachtig te kunnen drinken aan de borst of uit een fles is een goede afsluiting door het zachte gehemelte nodig. De neusholte kan op deze manier gescheiden worden van de mondholte.  Om een sluiting tussen de neusholte en de keel-/mondholte te bewerkstelligen moet het zachte gehemelte (dat bestaat uit spierweefsel) naar achteren en omhoog bewegen. Tijdens het zuigen kan in de mond vervolgens een negatieve druk worden opgebouwd waardoor een vacuüm ontstaat. Dit vacuüm (of de suctiefase) zorgt voor een voldoende zuigkracht om de melk te kunnen drinken. Bij het beschrijven van het drinkpatroon bij een kind dat geboren wordt met een schisis, maken we onderscheid tussen kinderen met een lip-/kaakspleet en kinderen met een (lip-/kaak-/) gehemeltespleet.

 

Baby’s geboren met een lip- en/of kaakspleet

Als het kind een lip- en/of een kaakspleet heeft (links, rechts of dubbelzijdig) kan het meestal goed aan de borst of uit een gewone fles drinken. Het kind kan een goed vacuüm vormen (omdat het gehemelte intact is) waardoor het voldoende krachtig kan zuigen. Soms moet de onvolledige lipsluiting om tepel of speen enigszins gecompenseerd worden, bijvoorbeeld door aanpassing van de voedingshouding, de gebruikte speen of door ondersteuning kin en/of lippen. borstvoeding, schisis, hazenlip, schisisteam, MUMC, BooiRechtop houding

Bij het geven van borstvoeding bij een kind met een lip- en/of kaakspleet kunnen de volgende houdingen uitgeprobeerd worden:

  1. Rechtop-houding waarbij de baby rechtop aangelegd wordt, de spleet wordt opgevuld door borstweefsel en indien nodig kan de spleet met de duim worden afgesloten. 
  2. Madonnna-houding waarbij het kind op de onderarm wordt genomen. Op de linkerarm bij linkerborst en rechterarm bij rechterborst. Met de andere hand wordt ervoor gezorgd dat het kind de tepel goed pakt en dat de borst de mond goed afsluit. borstvoeding, schisis, hazenlip, schisisteam, MUMC, BooiMadonna houding
  3. Baker- of rugbyhouding waarbij het kind onder de oksel en tegen de zijkant van moeder aangelegd wordt met de beentjes naar achteren. De arm van moeder ondersteunt de romp en het hoofdje waardoor de mond van het kind in contact komt met de tepel: Bij een eenzijdige spleet zou het kind gemakkelijker kunnen drinken als de borst wordt aangeboden aan de kant van de spleet. Dus een kind met een lip-/kaakspleet rechts zou zo gehouden moeten worden dat de rechterwang de borst raakt.

 borstvoeding, schisis, hazenlip, schisisteam, MUMC, BooiBaker- of de Rugby houdingOnze lactatatiekundige merkt op dat uit haar ervaring blijkt dat ook bij een lip- en/of kaakspleet het vaak moeilijk blijft om rechtstreeks uit de borst te voeden. Zij adviseert de moeder om tevens te starten met kolven (om moedermelk per fles te kunnen geven als het nodig is). Hetgeen, als de borstvoeding goed loopt, weer afgebouwd kan worden.

Bij het geven van flesvoeding aan een kind met een lip- en/of kaakspleet kan gekozen worden voor een speen met een bredere basis (bv. Nuby, dr. Brown of evt. Avent). Ook kan een Difrax 1-2-3 speen geprobeerd worden. Het kind kan goed ondersteund op de arm genomen worden met het hoofd zo veel als mogelijk in de middellijn. 

 

Baby’s geboren met een gehemeltespleet

Als er sprake is van een gehemeltespleet (wel of niet in combinatie met een lip- en/of kaakspleet) kan het kind onvoldoende krachtig zuigen. Het kind heeft enkel de beschikking over de expressiefase (en kan dus geen vacuüm vormen) waardoor er sprake is van een onvolledig en weinig krachtig zuigpatroon. Aanleggen aan de borst heeft dan eigenlijk geen kans van slagen.  Natuurlijk kan wel de afgekolfde melk gegeven worden.

In ons schisisteam worden geen gehemelteplaatjes aangemeten waardoor ouders en kind aangewezen zijn op het gebruik van de Specialneeds Feeder (was voorheen de Haberman Feeder van firma Medela). Deze bestaat uit een fles, een membraan met –klep en een zachte speen. Het membraan (met de witte klep aan de bovenkant) zorgt ervoor dat er alleen melk uit de speen komt als het kind daadwerkelijk zuigt. Er kan gebruik gemaakt worden van het 1-2-3 systeem om optimaal in te kunnen spelen op de zuigkracht van het kind door de gewenste stand recht onder de neus te plaatsen.  Door mee te knijpen in de speen als het kind zuigt is het mogelijk om de zuigkracht van het kind te ondersteunen. Voorafgaande aan de voeding kan de speen met melk gevuld worden door in de speen te knijpen en deze vervolgens om te draaien en dan los te laten.

Het kind kan goed ondersteund op de arm genomen worden met het hoofd zo veel als mogelijk in de middellijn. Ook kan de zgn. Schwester Liselotte-houding borstvoeding, schisis, hazenlip, schisisteam, MUMC, BooiSchwester Liselotte-houding  uitgeprobeerd worden. Hierbij ligt het kind op de bovenbenen (evt. op een kussen). De voeten van de verzorger rusten op een voetenbankje.  Het kind ligt met gebogen heupen en schouders en armen zijn naar voren gericht. In deze houding is er voldoende oogcontact en kunnen de lippen eventueel met duim en wijsvinger om de speen gesloten worden.

Bij kinderen met een iets terugliggende onderkaak, kan zijligging uitgeprobeerd worden waarbij uitgaande van de Schwester Liselotte-houding het kind op een zij gedraaid wordt (waarbij hoofd en romp in elkaars verlengde blijven liggen).

Opmerkingen:

  • Als enkel de huig gespleten is, en het spierweefsel van het zachte gehemelte is verder geheel intact, kan geprobeerd worden het kind uit de borst of uit een reguliere speen te laten drinken.
  • een Special Needsfeeder hoeft dus niet gebruikt te worden bij een kind dat enkel een lip- en/of een kaakspleet heeft. Bij een kind met een intact gehemelte werkt het meeknijpen een te weinig actief drinkpatroon in de hand. 
  • Mocht het kind, waarbij het gehemelte compleet lijkt, toch moeite hebben met het drinken aan de borst of uit een gewone speen, dan is nadere inspectie van het gehemelte geboden.